Jack de Nijs (Roosendaal) 18 juli 1961 - 26 mei 1997

[1941-1950] Nederlands-Indië, Tjimahi, Bandoeng

Jack de Nijs werd geboren op 18 juli 1941 in Tjimahi als zoon van KNIL militair Eddy Willem de Nijs, die getrouwd was met Carolien Ferron. Tjimahi (Cimahi) is een stadje bij Bandoeng op Java, Indonesië. Onder het Nederlandse bewind was Tjimahi de hoofdplaats van het gelijknamige district en een garnizoensplaats waar vrijwel alle troepensoorten van het KNIL waren gelegerd.

 

Jack had twee oudere broers Rudolph (Karel) en George (Dick) en een jonger zusje Sylvia. Vader De Nijs speelde gitaar. Vanaf zijn zevende jaar speelde Jack banjo-ukelele in een plaatselijk orkestje en door zijn oudere medemuzikanten werd hij wegens zijn improvisatietalent en speelse fantasie als een muzikaal wonderkind gezien. Zo is op de LP “My Spanish Rose” (EMI 1975) van André Moss het nummer “That Old Feeling” te beluisteren, dat is gebaseerd op een melodie die de kleine Jack destijds al neuriënd improviseerde en door de orkestleden enthousiast werd uitgewerkt en gespeeld.

 

[1951] Opvang Kamp Wouw

Het gezin repatrieerde naar Nederland. Ze vertrokken op 1 december 1950 uit de haven Tandjong Priok van Batavia (Jakarta). Met het gecharterde troepenschip RMS Maloja (P&O) voeren zij naar Nederland waar ze op 27 december 1950 aankwamen in Amsterdam. Hun eerste opvangadres was pension de ‘Roode Leeuw’ in Domburg. Op 22 januari 1951 werden ze ingeschreven in het Kamp Wouw aan de Hilsestraat B2a (later Plantagebaan 62). Zoals zoveel lotgenoten maakte de familie De Nijs kennis met Nederland vanuit noodbarakken. In afwachting van een woning verbleven ze 10 maanden in de linkerbarak van het opvangkamp voor repatrianten. Het waren voormalige barakken van het rijkswerkkamp wederopbouw (DUW – Dienst tot Uitvoering van Werken). Sergeant-Majoor Eddy de Nijs ging aan de slag bij het Korps Commandotroepen in Roosendaal.

 

In december 1952 werd een groep Molukkers vanuit kamp Lunetten in Vucht overgeplaatst naar kamp Wouw. Tot 1965 verbleven zo’n 50-60 Molukkers op het kleine woonoord, dat sindsdien in de volksmond 'Ambonezenkamp' werd genoemd.

 

[1952-1959] Fatimawijk; scholen; HBS

In november 1951 vertrokken ze naar een tijdelijke woning in de Galvanistraat (Roosendaalse Philipswijk), waar toen veel ex- KNIL militairen woonden. Medio 1952 vond  de familie De Nijs hun definitieve stek in de Roosendaalse nieuwbouwwijk de Fatimawijk, ruim 26 jaar hebben ze voorin de Mgr. Hopmansstraat gewoond, van daaruit verhuisden ze naar de Dr. Schaepmanlaan. In de Mgr. Hopmansstraat kwamen later nog een aantal gerepatrieerde Nederlands Indische en Molukse families terecht zoals: Kotta, Van Thiel, Takarindingan, Halapiry en Habibuw. Jack en zijn oudere broers Karel (Rudolph) en Dick (George) gingen eerst naar school op de Sint Georgeschool aan de Philipslaan in de wijk Kalsdonk. Zusje Sylvia moest naar de Heilig Hartschool aan de Rector Hellemonsstraat. Als zesdeklasser 1953/1954 kwam Jack op de nieuwe Fatimaschool terecht. Als schoolverlater werd hij toegelaten tot de HBS van het Norbertuslyceum. Op het Norbertus ging het niet zo goed. Jack hield zich nogal veel bezig met muziek maken en tekenen. Hij speelde met vrienden op zelfgemaakte basgitaren en vertaalde hits van Elvis (Don’t Be Cruel als Wees Niet Boos) en andere Engelse songs. Jack volgde drie jaar pianoles en was ook actief in het dixieland bandje The Dixie Stampers, waar hij zijn latere compagnon drummer Henk Voorheijen voor het eerst tegenkwam. Ook spijbelde hij wel eens en op een gegeven moment besliste de rector dat hij maar beter kon vertrekken. In Breda wist hij met veel moeite toch zijn HBS diploma te behalen.

 

[1959-1961] Hogere Hotelschool Maastricht; The Four Sweeters.

Jack wilde daarna in de muziek, maar zijn vader vond dat niet goed. Hij besloot daarom eerst net als zijn broers te gaan varen en omdat hij als hofmeester naar zee wil kwam hij in 1959 als student aan de Hogere Hotelschool in Maastricht op kamers terecht. Hij was eerder niet door een test gekomen voor de hotelvakschool in Den Haag. Jack ging met wat vrienden musiceren en tijdens schoolfeestjes en cabaretavonden werd er opgetreden. Na het zien van de bekende Maastrichtse band The Mozam Skiffle Group ging het schoolbandje voortaan als The Four Sweeters Skiffle Group optreden. Het eerste openbare optreden vond plaats in februari 1960 en tijdens een talentenjacht in het Staargebouw werden ze ontdekt door Henk Severs van Muziekhuis De Harp (Spilstraat in Maastricht). Henk Severs was tevens talentenscout en promotor van artiesten. Voor ze het wisten stonden de vier studenten te zingen in de oude Hilversumse Phonogram studio en werden er vier eigen composities van Jack opgenomen onder leiding van de producers Jack Bulterman en Jan de Winter. Studiomuzikanten (Lex Vervuurt en Wim Sanders op gitaar, Ger Daalhuizen op bas en Kees Kranenburg sr. op drums) zorgden voor de begeleiding. De single Pretty Rockin' Shoes / I'll Be Lonely op het Decca label verscheen als eerste in de lente van 1960 in de platenwinkels. Daarna volgde Heavenly Woman / Home Little Home.

 

1960 Heavenly Woman / Home Little Home (Decca FM 264.342)

1960 Pretty Rockin' Shoes / I'll Be Lonely (Decca FM 264.343)

 

[1960-1961] Jack & Woody

Ook in Roosendaal kon Jack tijdens de weekends het musiceren niet laten. Samen met een vriend Cor van Leest vormde hij het duo Jack & Woody in de stijl van The Everly Brothers. Cor kwam aan zijn bijnaam 'Woody', omdat hij vaak uit gewoonte een houtje in zijn mond had. Er volgden wat optredens in het parochie Fatimahuis. Daarbij werden ze begeleid door Henk Voorheijen op drums en Nico Takarindingan op bas. Beiden groepsleden van Jack Dens & The Swallows.

 

Jack had met de Four Sweeters reeds goede contacten met de Maastrichtse talentenscout Henk Severs en zo  kreeg het duo eind 1960 de kans om enkele opnamen met Jack Bulterman in de Phonogram studio te maken. Jack Bulterman was reeds bekend voor zijn werk met The Blue Diamonds en met Jack & Woody werden covers opgenomen van de recente hitsingle van de Everly's Lucille / So Sad. Jack toonde opnieuw al vroeg zijn talent als componist met 2 zelfgepende songs Paulette / They Say. Alleen de single Paulette / So Sad werd uitgebracht en het zijn de allereerste rock 'n' roll opnamen, die van een Roosendaalse artiest of groep werden uitgebracht! Ze kwamen in de krant en waren apetrots.

 

1960 Paulette / So Sad (Fontana TF 266.179)

1960 Lucille / They Say (Fontana TF 266.180) (nooit uitgebracht!)

 

[1961-1963] Jack Dens & The Swallows

Onder invloed van Cliff Richard & The Shadows en de Indo bands zoals The Tielman Brothers, The Skyrockets, The Hap-Cats, The Black Dynamites etc .vormde Jack in 1961 zijn eigen gitaarband Jack Dens & The Swallows. (Jack was ondertussen zijn artiestennaam Jack Dens gaan gebruiken). Drummer Henk Voorheijen kende Jack nog uit zijn oude dixieland schoolorkestje The Dixie Stampers. Sologitarist Gerrit 'Nono' Gillet  (geb. 30-11-1926) was een stuk ouder als de rest en had ervaring als steelgitarist in Hawaiian ensembles. Bassist Nico Takarindingan woonde evenals Jack in de Mgr. Hopmansstraat. De eerste optredens van de band vonden plaats in het parochie Fatimahuis. Daarna volgden in de weekends optredens in Roosendaalse buurthuizen en jongerenclubs en stond de band vooral vaak in België op de planken. De invloed van de groep op aankomende gitaristen in Roosendaal was groot en een andere bekend Roosendaals gitaarcombo The Richards was ook oorspronkelijk opgericht door fans van Jack Dens. Jack kwam in 1961 in contact met producer Addy Kleijngeld (de latere ontdekker van Heintje) van platenmij. CNR en het zijn weer de originele eigen nummers die de deuren van de platenstudio voor hem deden openen. Zijn broer Rudolph (Karel) was verantwoordelijk voor de songteksten.

 

De volgende 2 singles met eigen composities werden uitgebracht:

1961 Dream's Gonna Be Real /Won't You Anymore (CNR UH 9522)

1961 Heaven In Your Eyes / Careless Babe (CNR UH 9523)

 

Jack de Nijs was sedert 1962 ook actief als invalzanger bij Tony & his Magic Rhythms uit Dordrecht. Hij zong o.a. samen met Juanita Hajema

 

[1962-1963] Madjoe; twaalf ambachten en dertien ongelukken

In 1962 behaalde Jack het diploma Hotel Management aan de Hogere Hotelvakschool in Maastricht. Maar de muziek had hem toen al zo stevig in haar greep dat hij er niet veel voor voelde om te gaan varen. Hij begon samen met zijn moeder een Chinees zaakje. Madjoe ( = vooruit!) heette die zaak. Ze verkochten zelfgemaakte en vacuüm verpakte nasi goreng. Dat heeft hij samen met zijn moeder een tijdje volgehouden, maar de zaak ging wegens concurrentie van een andere grote Chinees naar de Filistijnen en hij bleef met een grote schuld achter. Om de schuld af te betalen volgde een periode van 12 ambachten en 13 ongelukken. Zo werkte hij op een uienfabriek, in de Rotterdamse haven en aan de lopende band bij de Red Band en de Liga.

[1963] The Typhoons; Jack Jersey

Eind 1963 schreef Jack de Nijs samen met zijn broer Rudolph (Karel) alias Eddy Coper zijn allereerste Nederlandstalige songs Fanny en Blijf Bij Mij voor The Typhoons uit Maastricht (single: Philips 318.908 PF).  De bekende componist-arrangeur Jef Penders uit Maastricht had op verzoek van talentenscout en platenhandelaar Henk Severs (Muziekhuis De Harp), tevens leider van Phonogram’s Opname Studio Zuid, deze twee nummers gearrangeerd en The Typhoons uitgezocht als geschikt orkest om deze uit te voeren. Henk Severs was ook de ontdekker van Jack de Nijs en zijn groep The Four Sweeters begin 1960. Johnny Blenco alias Jef Vriezelaar uit Maastricht schreef Duitstalige teksten van beide liedjes voor muziekuitgeverij Funny Music.

 

Jack de Nijs gebruikte hier voor het eerst zijn artiestennaam Jack Jersey!

De naam 'Jersey' had niets van doen met het Britse kanaaleiland, zoals vaak geschreven wordt. Jack had de naam 'Jersey' gekregen van zijn vader. De kleine Jack droeg graag jersey, een machinaal gebreide kledingstof. Omdat hij vaak in kleding van jerseystof rondliep, werd hij door zijn vader als kind al Jack Jersey genoemd. Jack heeft deze troetelnaam overgenomen als artiestennaam.

[1963-1964] Militaire dienst; The Firestrings, The Flames

Tegen de tijd dat hij in militaire dienst moest zomer 1963 gingen Jack Dens & The Swallows  samen met de gitaristen Jozef en Jack Smit verder onder de naam The Firestrings. Bezetting: Jack de Nijs (zang, piano, gitaar), Henk Voorheijen (drums), Gerrit ‘Nono’Gillet (sologitaar), Nico Takarindingan (basgitaar, hij werd vervangen door Ruud Wenzel), Jozef en Jack Smit (slaggitaar).

 

Tijdens zijn militaire dienstplicht werd Jack tijdens zijn afwezigheid in de weekends regelmatig vervangen door zanger Will Malakusea van The Quickly Jumpers en Eddie van de Liefvoort. De laatste maakte na het vertrek van zanger Frans Hartsinck (ex- Sea Rollers) ook deel uit als vaste invaller van de nieuwe formatie The Flames.  Deze band was in feite een voortzetting van The Firestrings (alleen Jozef Smit was vertrokken) en in de jaren 1964 en 1965 speelde de Roosendaalse band veel in het buitenland

 

[1965] Duitsland, The Rhythm Brothers, Tony & his Magic Strings

In de zomer van 1965 vertrokken Jack de Nijs en Ruud Wenzel voor een twee maanden contract als beroepsmuzikant met The Rhythm Brothers van de gebr. Kroes naar Duitsland. Er werd opgetreden in de navolgende bezetting: Frans Kroes (sologit.), Dick Kroes (slaggit.), Rudi Sigtermans (drums), Ruud Wenzel (basgit, hij werd vervangen door Wout Veenendaal) en Jack de Nijs (piano en zang).

 

Ondanks dat het hem tegenstond verbleef Jack daarna vanwege het geld nog twee maanden met de Dortse Indo band Tony & his Magic Rhythms naar Duitsland.

[1965-1967] The Losers

Terug in Roosendaal formeerde hij samen met bassist Ruud Wenzel en drummer Henk Voorheyen een nieuwe Roosendaalse beat band The Losers. De talentvolle Roosendaalse sologitarist Albert Valentijn afkomstig uit The Quickly Jumpers en extra bassist Will Masius uit Rotterdam maakten de band compleet.

 

Zijn connecties met producer Addy Kleingeld van grammofoonplatenmij CNR te Scheveningen uit zijn Jack Dens & Swallows periode kwamen van pas en hun allereerste single op het label bevatte op de A-kant weer een eigen compositie van Jack n.l. Since You're Gone. Het is echter vooral het nummer Mexico op de B-kant wat de aandacht trok..  De groep werd door CNR vrij goed gepromoot in diverse muziekbladen onder de noemer "Beat From Holland". Beide nummes werden ook op de gelijknamige LP uit 1966 geperst.  De geruchten willen dat het nummer Mexico een grote hit in Peru is geweest, maar het is voorlopig nog niet mogelijk gebleken dit met bewijzen te staven. Overigens zou de Zangeres Zonder Naam het liedje uit de Franse Francis Lopez-operette 'Le Chanteur de Mexico' in 1969 beroemd maken. Het origineel is van de Franse zanger Luis Mariano (La voix de Son Maitre 1951).

 

Begin 1966 vonden er wat personeelswisselingen plaats. Bassist Ruud Wenzel formeerde zijn eigen band Clover 5. Albert Valentijn vertrok naar België en ging bij Clark Richard & The Tropical Stars spelen. In zijn plaats kwamen de beide ex- gitaristen van de Tropical Stars (en Tony & his Magic Rhythms) met name Emile Schwarz en Loek Bastiaans, die Jack nog kende van zijn Duits avontuur met Tony & his Magic Rhythms, tot het uiteenvallen van de band in 1967 deel uit maken van The Losers.

 In 1966 werd er nog een 2e single op CNR uitgebracht. Twee originele songs Give Me Time en The Jerkin' Tree.

 

1965 Mexico / Since You're Gone (CNR UH 9805)

1966 Give Me Time / The Jerkin' Tree (CNR UH 9859)

1966 Give Me Time / The Jerkin' Tree (Ariola 19 082AT) Duitsland

1966 Mexico / Since You're Gone (LP Beat From Holland - CNR GA 5024)

 

[1966] Huwelijk; Philips; impresariaat

Op 6 mei 1966 trad Jack in het huwelijk met Elly van Biljouw, die jij 5 jaar eerder had leren kennen.Ze gingen in de flat aan de Paulus Potterstraat in de Roosendaalse Westrand wonen. Jack moest nu een vast inkomen hebben en ging aan het werk bij de Philips fabriek in Roosendaal. Hij wist zich op te werken tot afdelingschef van de klantenadministratie Export.

 

Ca.1966 begon Jack de Nijs ook met zijn eigen impresariaat. Hij regelde de boekingen voor zijn eigen band The Losers en verder o.a. voor The Moz-Arts uit Roosendaal en The Revive (ex- The Rockin' Teens) uit Breda.

 

[1966] Clark Richard & The Tropical Stars

Voor Clark Richard & The Tropicals Stars met zijn Roosendaalse vriend Albert Valentijn (ex- The Losers) op sologitaar schreef Jack de Nijs als Jack Jersey twee songs. De Belgische componist Jack Tudor was als arrangeur hierbij betrokken. Beat It en Set Him Free werden begin 1966 uitgebracht op het nieuwe label Roover van Artist Managing Bureau Coresco S.P.R.L., eigendom van Clark Richard's impresario Maurice Dumitrescu. 

[1967-1970] The Rose Valley Quartet (Band)

In de periode 1967-1970 speelde Jack met het Rose Valley Quartet, een pure amusementsband, vooral in danszalen en nachtclubs samen met drummer Henk Voorheijen, bassist Wilton Jongmans (ex- Les Richards) en saxofonist Dries Patijn, de latere André Moss (ex- The Comets).

 

Het quartet ging in 1968-1970 verder met Les Brodie (gitaar, ex- The Halcons) en Ruud Wenzel (bas, ex- Take Five) als The Rose Valley Band en Jack de Nijs Combo.

[1968-1972] J.R. Productions, Polydor, Leo den Hop, Jack de Nijs Sextet

In 1968 richt hij samen met Ruud Wenzel zijn eigen productiemaatschappij J.R. (Jack & Ruud) op. Hiertoe werd in een woning boven de Bristol Bar in de Roosendaalse Brugstraat een demostudio ingericht. De apparatuur bestond de eerste maanden slechts uit één Akai bandrecorder! Niet lang daarna huurde hij ruimte aan het Permekeplein in de Roosendaalse Westrand.

 

Eind 1968 werd Ruud Wenzel door Henk Voorheijen uitgekocht en J.R. Productions stond sindsdien voor Jeetzi Rah ( = Hebreeuws voor scheppingswereld!)

 

Jack de Nijs trok de stoute schoenen aan en solliciteerde bij platenmaatschappijen als CNR en Artone als producer, die tevens zelf composities en teksten voor de artiesten zelf zou vervaardigden. Het lukte uiteindelijk bij Polydor. Hun nieuwe A&R man Peter Niewerf gaf hem eind 1968 de kans een (carnavals) plaatje te produceren. Dat werd Antoinette (een De Nijs-compositie), die door Leo den Hop (Leo Hoppenbrouwers uit Bergen op Zoom) werd gezongen. Het werd meteen een hit. De single bereikte de 8e plaats van de de Veronica Top 40. Er werden meer dan 50.000 exemplaren van verkocht. Extra inkomsten kreeg Jack als de Duitse zanger Ray Miller er voor Duitsland een cover-versie van maakte, waarvan ruim 600.000 stuks werden verkocht.  Jack de Nijs kreeg met zijn JR een contract bij Polydor. De successtory als schrijver en producer van Nederlandstalige hits was begonnen.

 

Vanaf 1970 maakte Jack de Nijs ook een aantal solosingles, waaronder het succesvolle Sofia Loren. Tijdens optredens en in de studio werd hij begeleid door het Jack de Nijs Sextet. Medio 1972 maakten daar naast Dries Patijn (André Moss) o.a. ook de ex- Clover Leaf groepsleden Jack Verburgt (†) op bas en gitaar, Adri Voorheijen (drums) en Marcel Lahaye (keyboards) deel van uit.

 

In 1972 kreeg JR een financieel aanlokkelijk contract bij EMI/Imperial. Als Jack de Nijs in 1973 vanuit Roosendaal de Europese hitparades bestormde met zijn engelstalige hits als Jack Jersey was een grote droom werkelijkheid geworden.

 

Jack de Nijs is overleden te Roosendaal op 26 mei 1997.